De oprichting
In 1944 werd een vergadering belegd om de voetbalclub opnieuw op te richten. Op donderdag 27 juli 1944 werd in café Reijrink om acht uur ’s avonds het biljart aan de kant geschoven voor de oprichtingsvergadering. De club zou Sparta heten. Het eerste bestuur bestond uit J. Sonderen (voorzitter), Jan ter Horst (secretaris) en Harrie Reijrink (penningmeester).
Op de eerste ledenvergadering werd besloten dat de leden een overhemd of shirt bij de voorzitter moesten inleveren. Die werden geverfd, zodat iedereen in dezelfde kleur op het veld stond. Ook werd de eerste leren bal gekocht: Jan ter Horst moest er in het westen een kilo boter voor betalen. Jarenlang werd er gevoetbald met deze “boterbal”.
Op 1 augustus 1944 werd een veld gevonden bij de boerderij van Baks aan de Flierdijk. De eerste wedstrijd, op zondag 15 augustus tegen Borculo, eindigde in 3-3. Af en toe werd er gespeeld tegen een team van onderduikers. Eén keer kwam er voor de tweede helft een jongen uit Lichtenvoorde aanfietsen om te waarschuwen dat de Duitsers eraan kwamen. Het veld werd ontruimd, de onderduikers verdwenen, en toen de Duitsers aankwamen liepen de koeien gewoon weer in de wei.
Na de oorlog speelde de club een kleine onderlinge competitie met de kerkdorpen in de buurt. Op de eerste jaarvergadering, op 23 juli 1945, werd Harrie Reijrink gekozen als voorzitter.
Op 27 december 1945 kwam het bericht dat de club officieel was toegelaten tot de K.N.V.B., afdeling Gelderland. De naam Sparta mocht echter niet meer, dus werd de club eerst ingeschreven als Lievelde. Er werd gespeeld op het veld van Te Brake. Toen de competitie op 15 juli 1946 werd stopgezet, stond het eerste elftal bovenaan met 24 punten uit 12 wedstrijden.
Op de tweede jaarvergadering in 1946 werd de naam veranderd in R.K.V.V. Erix. Gerard Gralike bedacht die naam: hij komt uit het Grieks en betekent “onoverwinnelijk”. In het seizoen 1949-1950 deed de club mee met vijf elftallen: drie senioren- en twee juniorenteams. De sportieve resultaten lieten nog even op zich wachten, ook omdat zeven Erix-leden in 1947 naar het toenmalige Nederlands-Indië moesten.